TARIEFBEPALING VOOR DE KUNSTENAAR

Control.jpeg

Mijn eerste opdrachten als journalist schreef ik in ruil voor steeds wisselende bedragen die werden bepaald door mijn opdrachtgevers of klanten – het is maar hoe je het bekijkt. Ik was allang blij dát mensen me wilden betalen voor mijn woorden, dus daar zelf iets over zeggen kwam niet eens in me op. Zo schreef ik de ene keer een drie pagina tellend interview voor 50 cent per woord en tikte ik een week later een arbeidsintensiever artikel voor minder dan een vijfde van dat bedrag. In mijn andere freelancebaan, als fotograaf, heb ik meer te zeggen over mijn uurloon. Maar of ik dat fijner vind? Niet echt. Want: hoe bepaal je wat je creatieve werk waard is?

Op de kunstacademie leerden wij als studenten Creative Writing al in een vroeg stadium dat we niet (meer) onbetaald zouden moeten schrijven in opdracht. We konden tenslotte iets bovengemiddeld goed, we hadden een ‘professionele vaardigheid’ – ook al waren we daarvan zelf nog niet altijd overtuigd. We schreven voornamelijk voor onszelf, om te ontdekken wat we eigenlijk te zeggen hadden en hoe we dat het beste konden doen, wat voor maker we wilden zijn kortom, nog zelden met het oog op het delen. De mededeling dat ons werk geld waard kon zijn, wakkerde bij de meesten eerder angst aan dan vertrouwen: er moest een belofte worden nagekomen, de vrijblijvendheid verdween. Geruststellend zei iemand: ‘Een tandarts berekent toch ook zijn vakkennis, apparatuur, huur en arbeidsuren door in de factuur? Waarom zou een kunstenaar dat dan niet doen?’

Hoe logisch het ook lijkt om geld te vragen voor je creatieve werk, het blijft voor veel kunstenaars een lastig vraagstuk. Waarom is het zoveel moeilijker te bepalen hoeveel geld een product waard is zodra het door een kunstenaar wordt gemaakt?

Het heeft, denk ik, te maken met de kwetsbaarheid van de maker. Met het ontbreken van vaste formules of maatstaven waaraan kwaliteit is af te meten. Met het feit dat kunst niet altijd een praktische functie heeft, zoals een gebitsreinigingsbehandeling wel direct resultaat oplevert. Zo bekeken heb je als kunstenaar weinig houvast om te bepalen hoeveel financiële waarde je mag toekennen aan jouw gedachten en visies, en de manier waarop je die tot uiting brengt in een kunstproduct.

Om het nog lastiger te maken, hoorden we op de academie, kan bescheidenheid als professional in je nadeel werken: wanneer je ondergemiddelde prijzen vraagt, bestaat de kans dat je niet serieus wordt genomen in je vak. Of zelfs wordt weggestreept voor een duurdere concurrent, aangezien die vast betere kwaliteit zal leveren. Weer zou je kunnen denken: hoe hoger je tarief, hoe meer druk je jezelf oplegt.

Vooral als beginnende freelancer sta je hier voor het dilemma: portfolio en klantenkring uitbreiden óf winst maken, met het risico op minder opdrachten? Vanuit de gedachte dat ik anders nooit aan het fotograferen zou komen, hield ik mijn fotografietarieven laag. Te laag, gezien de materiaalkosten en uren. Tot ik zelfs van klanten te horen kreeg dat ik mijn tarieven mocht verhogen. Het toppunt was dat ik een verdubbeling van mijn offertebedrag kreeg.

Het andere uiterste bestaat helaas ook en komt in de kunstwereld misschien wel vaker voor. Namelijk dat de klant/opdrachtgever de kunstenaar te weinig of helemaal niét betaalt. Want: zo’n tekstje schrijven kan onze communicatiemedewerker ook, je mag de foto’s ook niet-bewerkt aanleveren hoor, en: wij bieden jouw werk een podium, exposure. De barman en de garderobemedewerkers worden marktconform betaald, terwijl de artiest op het podium al blij mag zijn met een bosje bloemen. 

Als beginnend kunstenaar denk je nog: wie weet wat het oplevert, een nieuw (onbetaald?) project, netwerk- of portfolio-uitbreiding. Maar je hebt óók de eer van het vak hoog te houden. Zolang kunstenaars voor niks blijven werken, komen die vaste maatstaven en formules er namelijk nooit.

Juist voor de creatieve freelancer, die vaak als eenmanszaak bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven en zijn werkdagen doorbrengt in zijn studio of aan de keukentafel, omringd door geen of weinig collega’s, is het daarom zo belangrijk om te blijven praten met concullega’s. En om het dan niet alleen over inhoud te hebben, maar ook over de financiële waarde van die inhoud.

Al bestaat er in de kunst natuurlijk nooit echte concurrentie: niemand kan het werk maken dat jij maakt. Geen enkele ontwerper, fotograaf, schrijver of filmmaker zou dezelfde opdracht zo uitvoeren als jij. Dat bewees iedere opdracht in het eerste jaar op de kunstacademie al. En misschien zou juist daarom een kunstenaar wel méér moeten verdienen dan hij zijn eigen werk waard schat. Juist omdat hij daarin het verschil maakt met de tandarts, die ieder probleem op dezelfde wijze oplost als zijn concullega en daarin minder uniek is, en dus minder kwetsbaar.

Auteur: Lisanne Didi Onderwater

BlogThorsten Blokzijl